dinsdag 14 augustus 2012

vrijdag 29 juni 2012

Dagboek van iemand die het gewoon werd een dagboek bij te houden


Doodgaan moet je nu eenmaal een keer doen. Wie twee keer sterft moet Jezus zijn.
Sommige mensen zijn bang om eenzaam te sterven. Ik niet, ik houd namelijk niet van ramptoerisme.
Laatst kwam ik tot de conclusie dat ik nog nooit had nagedacht over de vraag of iemand mij zou missen mocht ik er niet meer zijn. Misschien had ik er nog nooit over nagedacht  omdat ik het een bespottelijke vraag vind. Mensen missen mij nu al niet. Wanneer mensen aan mij denken doen ze dat alsof ze aan een dode denken. In de verleden tijd. En als ik dan plotsklaps weer ongevraagd voor hun neus verschijn voelen ze dat aan als een ongewenste herrijzenis. Het zou toch vreemd raar zijn mochten ze me wel missen als ik echt dood ben. Of het moet zijn dat iets dat niet meer bereikbaar is enorm aantrekkelijk wordt. Dat zou ook kunnen, natuurlijk. Misschien ben ik te bereikbaar.
Pas als je iets niet meer hebt begin je het te missen.

#

1987 was het jaar waarin Elvis nog leefde. Of dat dacht iemand toch.

#

Zoals Einstein al zei: alles is relatief, zelfs de relativiteitstheorie. Zeker de relativiteitstheorie.

#

Ik heb geen vrienden. Enkel vijanden. Die hou je beter te vriend.

#

Wie niet met zichzelf lacht, lacht met een ander. Een tegeltjeswijsheid die me er aan doet herinneren hoe zeer ik tegeltjes haat. Tegeltjeshaat waar geen tegeltjeswijsheid tegen opgewassen is.

#

Soms denk ik aan de huisdieren in een oorlog. En dan vooral de katten onder de huisdieren in een oorlog. Katten die niet thuis zijn terwijl iedereen spoedelings naar de schuilkelder vlucht. Of katten die wel thuis zijn maar die met geen stokken of stenen de schuilkelder in te krijgen zijn. Dan troost ik me met de gedachte dat ze door hun hongerige baasjes worden opgegeten omdat er toch geen eten is om ze te voederen. Hoe het ene probleem zich oplost door het zich aandienen van een ander probleem. En hoe er altijd hoop gloort achter de horizon. Hoe meer problemen, hoe meer oplossingen.

#

Ik heb vandaag een mal figuur geslagen. Daar had hij niet van terug.

maandag 23 april 2012

Broodzaken


Ik at van het brood. Het was nog lekker zonder dat het om verdere acties vroeg; Zoals daar zijn: toasten. Op de broodzak stond het telefoonnummer van de bakkerij. Ik besloot het nummer te bellen. Ik had, ironisch genoeg, nog een appeltje te schillen met de bakker. Met de groentehandelaar zou ik dan weer een eitje pellen. U ziet: ik ben van het ironische type.
 Voortaan ga ik naar het broodautomaat als ik nog eens een brood wil. Het moet al heel erg tegenzitten als je fiets word gestolen terwijl je aan de broodautomaat een brood probeert te bemachtigen.  Dingen die ik dacht terwijl men de hoorn aan het hoofd houdt en wacht op verbinding.
-Spreek ik met Bakker De Bakker?      
Ik heb een klacht
Er zitten dieven onder uw cliënteel.
Eerst kopen ze een brood en vervolgens stelen ze een fiets.
-Ik hoor het: een hele boterham.                        
-Het is nu allemaal nog afgelopen met een sisser maar een volgende keer kan het menens zijn.
-Wat doe je er aan?
-Metaaldetectoren, stewards, het hele zootje.
-Metaaldetectoren? En wat dan met al die mensen die eerst om lood gaan en dan een brood kopen, wat met die mensen? Moet ik hen de toegang ontzeggen omdat er één idioot een fiets heeft proberen pikken?
-Dat ze eerst een brood kopen  en dan om lood gaan. Hang een briefje; eerst brood en dan lood. En na een week is iedereen dat gewend. Mensen zijn gewoontedieren dat mag je niet onderschatten.
-Ja, maar dan nog, als ik al de maatregelen uitvoer die jij opsomt ga ik per directo failliet. (Zei hij dat echt? Per directo?)
-Persoonlijk zou ik nog liever bankroet gaan dan boeven onder mijn cliënteel te rekenen.
-Ik heb gezin en kinderen, er moet brood op de planken kopen. Daar helpt geen lievemoederen aan.
-Goed, ik hoor het al. Mij zult u alvast niet meer in uw bakkerij zien. Tenzij ik nog eens een fiets nodig heb.
En ik legde de hoorn op de denkbeeldige haak.

vrijdag 6 april 2012

Hoe minder zielen hoe meer vreugd


Ik ben de koopman van de dood. Die moeten er ook zijn want anders blijft iedereen maar leven. En dat moeten we ook niet hebben. Als iedereen blijft leven gaat niemand nog dood. Wat is het probleem zult u opmerken? Het probleem is dat het nu al lang niet meer uit te houden is, stel dat iedereen dan nog eens blijft leven, het zou een nog mooiere boel worden dan het al is. Om nog maar te zwijgen van begrafenisondernemers die er de brui zullen aan moeten geven. Om nog maar niet te denken aan kerkhoven die de deuren zullen moeten sluiten. Als iedereen blijft leven betekent dat in se ook het doodvonnis voor alle godsdiensten. Dus een klein bedankje voor de koopmannen van de dood is niet meer dan op zijn plaats zou ik zo denken, zeker als u een begrafenisondernemer slash kerkhofuitbater slash godsdienstwaanzinnige bent.

Wat doet een koopman van de dood zo op een doordeweekse dag? Sjacheren, woekeren, afklappen. Eigenlijk niet zo heel verschillend van wat een andere koopman doet om zijn brood te verdienen. Alleen is ons handelswaar sterfgevallen. Hoe minder zielen, hoe meer vreugd ons credo. En tussen de slechte werken door lezen we boeken, om ons beter in te leven in onze slachtoffers. En omdat er in boeken altijd wel een dode te betreuren valt. Je zal veel moeite moeten doen om een boek te vinden waarin er geen dode valt. Boeken en doden gaan hand in hand. En zo is het niet onlogisch dat koopmannen van de dood graag eens een boek lezen tijdens de bedrijven door.

Ik heb geen bladwijzer nodig, ik lees door tot een rond getal en dat onthoud ik wel. Dat gedoe met bladwijzers kan ik missen als kiespijn. Een gedoe is het, die bladwijzers, een leeslint à la limiet maar bladwijzers daar wordt ik rot nerveus van. Of dat typisch is voor koopmannen van de dood, dat weet ik niet, maar ik wordt er alleszins rot nerveus van. Bladwijzers kunnen mij gestolen worden. Als ik ergens hoor of lees van een overval waarbij een oneindig aantal bladwijzers zijn ontvreemd het zal mijn kouwe kleren niet raken. Maar voor de rest ben ik een heel beminnelijk mens, dat moet ook, als je levens gaat stelen. Doodkoopmannen worden altijd over het hoofd gezien. Bij een spontane controle zijn wij de eerste die doorgelaten worden. Omdat we het zo goed kunnen uitleggen. Wie de dood aan de man wil brengen moet over de gave des woords beschikken, ook daarom lezen we zo veel boeken.

Ik ben geobsedeerd door de dood, het leven kan me gestolen worden. 

vrijdag 16 maart 2012

Vier woorden


Als ik mezelf moet omschrijven in vier woorden dan doe ik dat liever niet.
Maar als je blijft aandringen zal ik zeggen: creatief, humoristisch, vegetariër en tweeling.
Daar zal je het mee moeten doen, je hebt tenslotte om vier woorden gevraagd. Dan ga ik je er geen vijf geven.
Wie mij om vier woorden vraagt kan naar het vijfde fluiten.

Ik moet beroemd worden, om voor de hand liggende redenen.
Ten eerste wil ik dood, zo vroeg mogelijk, en een vroege dood lijkt bovengemiddeld voor te komen in de algehele populatie van bekende mensen en ten tweede wil ik verkering.
Met mijn onbekende kop wil dat niet zo vlotten dus - redeneer ik - zal het misschien beter gaan als mensen (de vrouwelijke verschijningsvorm) mij al kennen.
Dan moet die vervelende eerste stap niet meer gezet worden, dan is die bij wijze van spreken al gezet.

Als ik heel lang wacht dan zal ik vanzelf beroemd worden en zullen mensen mij naroepen: kijk daar, de laatste onbekende persoon ter wereld.
Dat is de vreselijke consequentie van principes hebben (in dit geval: niet beroemd willen worden): uiteindelijk zullen ze je er ook bij lappen.
Zo lang ik niet beroemd ben blijft het aanmodderen en mezelf omschrijven in vier woorden.
Er zijn maar weinig mensen die creatief, humoristisch, vegetariër en tweeling zijn en niet beroemd zijn geworden.
Daar moet ik mij aan optrekken.

Tunnelvisie


De dood is de Apocalyps van het leven. Tot die dag is het zaak de tijd zo aangenaam mogelijk door te brengen.

Juist nu ik eens vroeg ben opgestaan is er een bus met schoolkinderen op sneeuwklassen verongelukt. De trouwe radioluisteraar die ik ben is op zo’n dag gepiepeld. Op zo’n dag is de wereld maar zo groot als een bus. Een ingedeukte bus nog aan toe. Verschillende stadia worden doorlopen op zo’n dag. Eerst is er het medeleven, wat al snel begint te vervelen, waarna het zwartepieten een aanvang kent. Had de buschauffeur niet te veel gedronken? Was de tunnel wel goed onderhouden? Straks wordt er een beschuldigende vinger uitgestoken naar de kinderen. Een bus vol kinderen, dat is toch om ongelukken vragen? Er moet er maar één zijn die zich misdraagt en de chauffeur afleidt….En smijt daar nog eens een slecht onderhouden tunnel bij met een chauffeur die een neut te veel op heeft en je krijgt een dodelijke cocktail. Je weet hoe de media zijn. De normale programmering wordt onderbroken. Na elke speculatie horen we de presentator zeggen ‘We mogen niet speculeren’. Direct gevolgd door een  ‘Wij houden u op de hoogte’. Waarom? De getroffen ouders zitten  al op het vliegtuig naar Zwitserland. Wat heeft de rest van de bevolking aan speculatie en kreten van ontzetting van anders onverschillige machthebbers? En durf niet te beginnen over grootouders. Ik wil verstrooiing op zo’n dag. Geen litanie.

En wil iemand zo vriendelijk zijn om die christelijke aasgieren te verjagen?

dinsdag 28 februari 2012

Verhaal zonder einde


Buiten de gebeurtenissen gerekend gebeurde er niets. Niets opzienbarend. Niets op zien barend, zoals ze in West-Vlaanderen zouden zeggen. Er werd daar wel nog meer gezegd waar je kop nog staart aan kreeg. Het was daar een gewoonte, een courante bezigheid om dingen te zeggen waar anderen niets van begrepen. Men kon zelf gewagen van een sport, mocht men medailles uitreiken voor dingen te zeggen waar anderen niets van begrijpen, wat niet het geval was. Klare taal bezigen was met  andere woorden geen topprioriteit in die wingewesten. Of beter: gewesten, want er werden evenmin medailles uitgereikt voor beste gewest, dus waren er geen winnaars, maar, aan de opkanten, ook geen verliezers. Mijn standpunt in deze bleef dat men niet van een wedstrijd kon spreken als er geen medailles werden uitgereikt. En dan bedoel ik: goud, zilver en brons en niet: goud, zilver en tin. Dan spreekt men van plakkaten en is er geen wedstrijd mee gemoeid. Maar, om terug naar het verhaal te gaan, we leiden af, of hoe zegt men dat weer? Nu ben ik weer afgeleid, van dat verhaal zal weer niet veel in huis komen. Van in huis komen gesproken, wie klopte daar aan de deur? Omdat de deur zo dik is (ze bestaat nog altijd, vermoed ik) werd mijn vraag niet gehoord en was ik genoodzaakt de deur zelf te openen om te zien wie er op de deur had geklopt. Toen ik keek stond er een man die zei dat hij deurklopper was. Ik zei: ok, nog een prettige dag verder en deed de deur weer dicht. En op slot, ik had het niet zo voor deurkloppers. Deurkloppers werden beter met een scheef oog bekeken dan uitgenodigd op de thee ging het gezegde. Door zo veel op de deur te kloppen versleten ze deuren en dat werd hen niet in dank aangenomen door de plaatselijke bevolking, die wel andere besognes had dan zich druk te maken over uitgedunde deuren. Er heerste namelijk hongersnood, omdat iedereen deurklopper werd waren er te weinig handen om het nodige voedsel te produceren. Dit betekende dus honger. Het ging zelfs zo ver dat men terug boomschors was gaan eten. Wat de problematiek van de deurkloppers in een volledig ander perspectief zette. Deur = boomschors = voedselvoorraad. Iedereen vroeg zich af hoe het mogelijk was geweest dat deurklopper een gerespecteerd beroep was geworden. Het kan soms raar lopen met die geschiedenis. Sommige dachten dat het kwam door de vele bejaarden, die uit eenzaamheid iedereen maar binnenlieten en er nog geld voor over hadden ook. Zo had het op een deur kloppen een hoge vlucht genomen waardoor iedereen nu honger had en er steeds meer deurkloppers bij kwamen. Een serieus vieze cirkel. Anderen zeiden dat het de schuld van de regering was, maar voor die groep was altijd alles de schuld van de regering, dus daar werd niet veel geloof aan gehecht. Maar afgezien van die hongersnood ging alles goed, buiten de geluidsoverlast die het vele deur kloppen veroorzaakte. Geen eten en veel lawaai om de situatie eens kernachtig samen te vatten. Alleen in West-Vlaanderen heerste geen hongersnood omdat ze daar katten en honden aten. West-Vlaanderen, altijd het buitenbeentje geweest.

Nu was mijn deur op slot waar ze voorheen open was. Dit allemaal door de deurklopper. Er gebeurde wat als je even niet oplette. Er gebeurde niet veel, maar het kon genoeg zijn. Dus hier zitten we dan met deur op slot en een maag om te vullen, dacht ik. Je moest iets denken anders werd je zot. Diegenen die niets denken dat zijn de echte zotten. Ik haalde wat boomschors uit de koelkast om mijn maag te vullen. Het was lekkere boomschors, ik had geluk. Boomschors kwam in vele soorten, je moest maar geluk hebben dat het meeviel. En in dit geval viel het mee en had ik geluk, niet noodzakelijk in die volgorde. Hongersnood werd overschat in het scala van globale wereldproblemen. Een beetje boomschors en een dosis geluk en van honger was geen sprake meer. En mocht er geen boomschors meer zijn dan maakte je jezelf toch gewoon van kant. Daar moest je toch niet moeilijk om doen. Jezelf opknopen aan een boom behoorde wel niet meer tot de mogelijkheden maar voor de rest lagen alle wegen open. Iedereen heeft wel al eens aan zelfmoord gedacht, ging het in de goegemeente als een lopend vuurtje. Ik had wel eens gedacht: zelfmoord. Toen was er een quiz met als vraag: hoe noem je de praktijk waarbij iemand zich zelf moordt. Ik dacht zelfmoord maar ik zei: dom, want toen heerste er nog geen hongersnood en werd aangenomen dat iemand die zich zelf  verhing dom was. Nu aten we boomschors en dachten we wel anders. Hoe je denkt, het is maar te zien hoe je eet. Een gedachte die ik er eventjes tussen werp. Sommige zullen zeggen proppen, ik zeg werpen. Het is mijn leven, het is mijn verhaal, het zijn mijn woorden.

woensdag 18 januari 2012

In het licht van het perspectief


De sentimentele samenleving kristalliseert zich rond het voetbalveld. Recentste voorbeeld: voetbalclub KV Kortrijk zal wegens het overlijden van erevoorzitter X gedurende het verdere verloop van de competitie een zwarte band dragen. Ooit heb ik bedacht, toen men mij naar een toekomstvisie vroeg, dat in de toekomst voor iedere voetbalwedstrijd standaard een minuut stilte zal worden gehouden. Omdat er altijd wel een nicht van een neef van een materiaal meester te vinden is die er het bijltje bij heeft neergelegd, of een been heeft gebroken, of door een ingegroeide teennagel de wedstrijd niet kan bij wonen. Ook al is het verzinsel nog zo snel, de realiteit achterhaalt haar wel. De vraag stelt zich wat er zal gebeuren mocht er zich nog een calamiteit voordoen rond de velden van KV Kortrijk of anders in de wijde geburen rond Kortrijk. Dan zal men waarschijnlijk een extra zwarte band aantrekken om het rouwen omtrent de overleden erevoorzitter niet te minimaliseren. Omdat dit toch niet echt praktisch te noemen is, zal het pakje van volgend jaar behept zijn met twee zwarte mouwen. Om op het ergste voorbereid te zijn.

Ander voorbeeld van de SS (Sentimentele Samenleving): het breed uitgesmeerde verhaal van het verzonken cruiseschip. In de krant van maandag de volgende kop op de voorpagina: passagiers cruiseschip aan veel ergere ramp ontsnapt. Alsof het nog niet erg genoeg was! Als er een boot met asielzoekers op de klippen loopt bij Lampedusa  een klein kolommetje onder de hoofding ‘KORT’ bij het buitenlandse nieuws. Daar moeten ze niet rekenen op een reddingssloep want ze ZITTEN ER AL IN! Het ergste gevolg van de ramp met het cruiseschip? Een dame die zei waarschijnlijk nooit meer met een cruiseschip te zullen reizen. Dat valt zeker te betreuren want door de crisis staat het hele cruisegebeuren al genoeg op de helling. Als mensen moeten besparen, wat is het eerste dat dan wegvalt? De reis met het cruiseschip, je zal het altijd zien. En dan gebeurt DIT! De doodslag, let op mijn woorden, voor dat hele cruisegebeuren.

Of nog: het wedervaren van Rudi Vranckx in den verre. Aan de dood ontsnapt, uit de doden herrezen, live interventie op de radio bij de thuiskomst van het heldenpaar Vranckx/Franssens op de luchthaven in Zaventem. Gelukkig dat Rudi geen kinderen heeft, of toch niet waar de media weet van heeft, anders werden die er ook nog eens bij gesleurd. Andere journalisten gingen zo in overdrive dat Rudi Vranckx hen persoonlijk tot kalmte moest aanmanen. Het waren maar een paar granaten, zei hij en niets in vergelijking met wat je soms op je kop kan krijgen als je op een bus staat te wachten te midden een plein in Luik. Laten we het alsjeblieft allemaal een beetje in het licht van het perspectief zien. Alsjeblieft.

De SS is onder ons.

vrijdag 6 januari 2012

Twijfel zaaien en paniek oogsten

In 2012 wil ik het waarmaken. 2013 lijkt me dan weer een mooi jaar om bekend te worden. In 2011 wil ik dus mijn onbekendheid achterlaten. Iedereen moet weten wie ik ben. Anders is het leven niet meer waard geleefd te worden. Als iedereen mij kent moet ik niet meer uitleggen wie ik ben. Ik ben het beu uit te leggen wie ik ben. Ik wil eenzaam sterven zodat er niemand op mijn begrafenis verschijnt. Maar daarvoor moet ik eerst bekend worden. Alleen wie bekend is kan echt eenzaam sterven. Ik laat hierbij de anonieme massa achter me. Het was er gezellig toeven maar ik ben de club ontgroeit.

In 2012 wil ik zelf mijn woorden verzinnen. Het vocabularium uitbreiden. Ik wil al stoeprokend een tentsletje swaffelen om het zo eens te zeggen.

In 2011 wil ik mijn angst achterlaten. De angst om bekend te worden, om nagestaard te worden. Om aan de andere kant te staan. Bekend zijn is een vak. Je moet de mensen aan de andere kant in de ogen kunnen kijken. Je moet ze leren kijken. Je moet ze de indruk geven dat jij het niet bent, dat ze misschien naar een wildvreemde zitten te staren. Een wildvreemde die misschien plannen heeft, omdat hij altijd aangestaard wordt omdat hij lijkt op die ene bekende persoon. Twijfel zaaien en dan paniek oogsten want ze moeten in beide gevallen ( hij is het niet/hij is het wel)  wegkijken wegens onaangepast gedrag.
All hands on deck! Alle hens aan dek!

donderdag 8 december 2011

Een goed continuïteitsjaar op z’n tijd is ook niet mis


Wat zal ik van dit jaar onthouden? De betoging van de facebookgroep ‘Breng “F.C. De Kampioenen” terug op het scherm’ , natuurlijk, waar er meer cameramensen op afkwamen dan  betogers terwijl er toch twintig duizend mensen online hun steun hadden betuigd en langs hun neus weg beloofd hadden aanwezig te zijn op de bijbehorende betoging. Wat hadden we dan nog ? Ah ja, het West-Vlaams in ‘Het Goddelijke Monster’.  De meest gehoorde kritiek was ‘Zo spreken ze West-Vlaams in Antwerpen’.  Gevolgd door  ‘Zo spreken ze Antwerps in West-Vlaanderen’. Wetenschappers zijn nu aan het onderzoeken welke kritiek het dichtst de waarheid benaderd. Voor mij is dat goed zo lang er maar niet over de reeks zelf wordt gebabbeld. De overname van VT4 door Woestijnvis is ook niet onopgemerkt voorbij gegaan. De eerste beleidsbeslissing van het nieuwe management was  het afschaffen van het dagelijkse nieuwsmagazine ‘Vlaanderen Vandaag’.  Ik begrijp die beslissing van Wouter Vandenhaute volledig maar al bij al  vind ik het toch veel geld om Dirk Tieleman van het scherm te halen.  De herdenking van 1O jaar 9/11 kreeg ook veel media-aandacht. Ik heb zelf een reportage gezien over tweelingen die vertelden over het trauma dat ze opliepen toen ze de Twin Towers in elkaar zagen storten. Om maar te zeggen dat we er weer voor 10 jaar tegen kunnen. In de nationale politiek zagen we de leegloop van de CD&V, de één na de ander verliet het zinkende schip met als top of the bill natuurlijk Yves Leterme die zijn overstap naar de OESO aankondigde.  Wouter Beke heeft zich toen het hoofd gebroken over wie o wie Yves Leterme moest vervangen in geval van uiterste nood. Omdat Inge Vervotte ook al andere oorden had opgezocht werd er een partijkaart aangemaakt voor een rekenmachine, dit na enkele aanpassingen in de statuten.  

Wat me persoonlijk het meest is opgevallen en iets wat elk jaar lijkt terug te komen zijn ‘brandende voertuigen  langs de weg’.  Het blijft een plaag. Hoeveel keer dat je dat op een dag niet gehoord. ‘Pas op uw snelheid, er staat een brandend voertuig langs de weg’. Dan denk ik altijd: van waar komen die brandende voertuigen? Een auto vliegt toch niet zo maar in brand.  En waarom moet er op de radio  voor gewaarschuwd worden, ook zo’n mysterie. Je hoort toch ook nooit een nieuwslezer zeggen: ‘Er staat een koe langs de weg, matig uw snelheid’. Een brandend voertuig in de file, daar kan je voor waarschuwen, want dan kan de brand over slaan maar anders is dat toch behoorlijke overbodige informatie.  Volgens mij zijn die brandende voertuigen gewoon voertuigen die langs de weg geparkeerd staan maar wordt dat gezegd om de verkeersinformatie wat spannender te maken voor de thuisblijvers.  Er gaat bovendien meer urgentie uit van een brandend voertuig waardoor de thuisblijver niet denkt van ‘zijn ze nu weer het programma aan het onderbreken voor zo maar een voertuig langs de weg’.

Maar terug naar de actualiteit.
Voor de rest is er niet echt veel gebeurd. De leegloop van de CD&V , de mislukte facebookgroepbetoging en het West-Vlaams in ‘Het Goddelijke Monster’, dat zal het zo ongeveer geweest zijn. Grote trends vielen niet te ontwaren of het moet de terugkeer van uitlachtelevisie zijn. Toch een heugelijk feit om het jaar mee af te sluiten, de vaststelling dat we nog niet uitgelachen zijn.
Het kan niet elk jaar een knaljaar zijn, natuurlijk. Een goed continuïteitsjaar op z’n tijd is ook niet mis.

woensdag 30 november 2011

Ergernissen


Waar ik me tomeloos kan aan ergeren zijn verkiezingen, of ze zich nu afspelen in Egypte of in Congo, het bloed van onder mijn nagels krijgen ze gegarandeerd.  Die obligate gesprekken aan de stembus, die verslagen over chaotische verkiezingen, de waarnemers, de regen, de opkomst. Woest wordt ik er van. Het kan mij gestolen worden hoe die mensen zich voelen voor, tijdens of na ze gestemd hebben! Waar ik me nog aan erger als het niet over de verkiezingen in Congo of Egypte gaat zijn de liedjes van Van Morrison, altijd diezelfde driekwartsmaat, ook al weet ik totaal niet wat ik daarmee wil zeggen maar het is het gevoel dat telt en dat half opgewekte sfeertje van jongens onder mekaar. Het doet dingen met een mens die niet goed voor hem zijn. Verder op de schaal van ergernis vinden we de onderwerpen in Peeters & Pichal terug, zo kleinburgerlijk elke keer weer. Nu eens over ‘funny t-shirts’, dan weer over een IQ-test en als die onderwerpen dreigen uitgeput te raken is er nog altijd wel iemand die na één biertje positief blaast bij een alcoholcontrole en dat toch wel eens wil aanklagen op de nationale radiozender. Ga godverdomme met de fiets dan!  Het is van een hemeltergende detailzucht,  van een zo lang we over deze onderwerpen kunnen kakelen kan de situatie toch niet zo erg zijn als iedereen constant zit te beweren gehalte. Nog iets verder ten zuiden van de onderwerpen in #PePi treffen we Jeroen Maris, de sterreporter van de HUMO, aan die maar blijft midscheeps getroffen worden door allerhande zaken en er op zo’n manier kond van doet dat al ons haar er van gaat recht staan, en niet op die manier die hij voor ogen heeft.  Kan het een ons minder alsjeblieft? En The Black Keys is een kutgroep van het elfde knoopsgat die in hun eigen dampende blues rock gekookt zouden moeten worden.  Voor echte muziek ga naar: Big Deal, Warpaint, EMA en (beter laat dan nooit) de laatste platen van The Hickey Underworld en - bij alle Meurissen – Monza.
Dat lucht op.

vrijdag 25 november 2011

Supporter Superfan

Ik ben fan van superfans. Ik vind superfans super. Mijn persoonlijke favorieten zijn de K3-fans, de Christoff-fans en de Nys-fan. Die steken er toch echt bovenuit, vooral de Nys-fan. Van exotische liefde was ik niet zo wild maar van superfans ben ik echt grote fan. Zo erg dat ik het moeilijk heb om al die fans niet te gaan achtervolgen in de hoop een handtekening los te wrikken en misschien zelf mijn liefde te verklaren. Die ene Natalia-fan vind ik wel maar niets, dat moet ik er wel bij zeggen, veel te normaal, volgens mij is dat geen echte fan. Ik zie geen liefde voor het idool. Ik vind ofwel ben je fan van Natalia ofwel studeer je, maar niet allebei. Een superfan studeert niet, tenzij op de erelijst of het repertoire van het object van zijn begeerte.

 In de volgende reeks van superfans zal ik te bewonderen zijn terwijl ik op de hoek van een straat de Nys-fan sta op te wachten in de hoop een glimp op te vangen van deze sprankelende persoonlijkheid. Dus als Nys er in 2014 mee stopt weet die Nys-fan wat ze met haar leven moet aanvangen: zich ten volle wijden aan mijn fandom. Ik heb mijn dekbedovertrek met real-life foto al besteld. Ja, dubbelzijdig bedrukt.

vrijdag 4 november 2011

Boekenhouders

Wie is Thomas Verbogt, wie is Peter de Boer, wie is Stefan Praet? Nee, ik kan er niet zo direct een hoofd op plakken. Wel een naam, die heb ik wel. 

Ook al bevalt het nummer dat op mijn wekkerradio speelt toch draai ik het weg, een voorzorgsmaatregel. Maar zo beland ik van de regen in de dop. De toekomstige regen, wel te verstaan want nu heb ik nog niets tegen het nummer maar daar zou dra verandering in kunnen komen, zo heeft mijn boekhouder me gewaarschuwd. En die man kent iets van muziek, naast zijn uitmuntende kennis van boekenhouders natuurlijk. 'Het probleem van nummers op de radio,' doceerde hij, 'is dat ze durven te gaan vervelen.' Hij had dit terloops opgemerkt terwijl hij mijn boekenhouders aan het inspecteren was. Aangezien ik niet zo veel boeken in mijn bezit heb, ik ben niet zo'n bibliofiel, was zijn werk rap gedaan en kon hij nog een tijdje babbelen over zijn tweede grote passie: muziek en specifiek nummers op de radio. Daar was hij, wist hij me te vertellen, op gedoctoreerd. De titel van zijn eindwerk was "De repercussies van muziek op de radio" geweest en in dat eindwerk had hij uitgevogeld dat het probleem van nummers op de radio is dat ze durven te gaan vervelen en die kennis deelde hij nu met mij, zovele jaren later, tijdens en na het inspecteren van mijn boekenhouders. Omdat ik zo gedwee naar zijn prachtige uiteenzetting had zitten luisteren gaf hij mij een fikse korting op het bedrag voor het geleverde werk, wat toch een serieuze meevaller was geweest voor het totale kostenplaatje die maand.

Een dag is lang als je vroeg bent opgestaan, op de radio kwijlt er iemand dat hij bang is dat hij, een man veronderstel ik maar met sommige vrouwen weet je het nooit zeker, dat hij dus bang is dat hij iemand zijn druiven heeft opgegeten. Zo zou je het inderdaad kunnen verwoorden en ik besluit mijn probleem zo te verwoorden de volgende keer ik bij een psychiater binnenstap. 'Ik heb constant het gevoel dat ik iemand zijn druiven heb opgegeten'. Die psychiater zou het natuurlijk horen donderen in Keulen (en denken 'Niet nog één') maar hij zou me begrijpend aankijken omdat dat nu eenmaal zijn taakomschrijving is. 

woensdag 12 oktober 2011

Tijdsgebrek, de ziekte van deze tijd

Je hoort het weleens meer: het is vijf voor twaalf. Vandaag nog op de radio, letterlijk, iemand die professor was in de politiewetenschappen vond dat het vijf voor twaalf was, niet voor de politiewetenschappen, maar wel voor het object van zijn studie. Voor mij is het altijd vijf voor twaalf. Ik kom tijd te kort. Tijd, om alles te lezen, om alles gezien te hebben, om alles geschreven te krijgen, om zelf gezien te worden. En dan zou ik nog vrienden moeten hebben, trouwen, kinderen krijgen. Maar dat laat ik over aan de saaie mensen. Die hebben daar meer talent voor 

Lezen, wat je allemaal niet gelezen moet hebben.In boek, in print, op het internet. De weekendkrant met al zijn bijlagen is tegenwoordig zo dik dat je al werkloos moet zijn om ze helemaal uitgelezen te krijgen. Het grappige is dat mensen die werkloos zijn geen geld hebben voor een krantenabonnement. Er wordt dus steeds meer geproduceerd voor mensen die steeds minder tijd hebben. Bij je krantenabonnement krijg je er zo ook nog (naast een ipad) gratis een schuldcomplex bij. Als ik een weekendkrant zie liggen voel ik me schuldig dat ik geen journalist ben (geworden). Straks, iedereen journalist, zo lezen we tenminste nog de artikels die we zelf geschreven hebben. 

Ik ben bang om mijn tv-theek te openen. Door al die krantenbijlages en actualiteitsprogramma's vergeet ik zelf de programma's die ik met de digicorder heb opgenomen. En wanneer ik die tv-theek na een maand nog eens open staat er weer een volledig seizoen van Curb Your Enthousiasm op de harde schijf en tegen ik aan de tweede aflevering ben gekomen heeft iemand anders de resterende afleveringen al gewist omdat er nog maar 10 procent schijfruimte over is of gewoon om mij (weg) te pesten. En dan zijn er nog de programma's (denk 2BE rond middernacht, die programma's) waarvan je, telkens je ze in de tv-gids tegenkomt, denkt 'die moet ik eens opnemen' maar er door - wederom - tijdsgebrek nooit aan toekomt. Maar het is al vijf na twaalf, dus ben ik er van door.

dinsdag 4 oktober 2011

De te kort(e) lijst

Ik heb ooit iemand gekend die bij het woord 'allusie' het hoorde donderen in Keulen, ook al zal ze die uitdrukking ook wel niet kennen. En als ik tegenwoordig allusies maak op het woord 'allusie' tegen haar denkt ze nog altijd dat ik het heb over illusies. En na vele gestreden en verloren veldslagen laat ik haar maar die illusie. Tot zover deze parabel over tekorten. Tekort aan herseninhoud, dus.

Tekorten, overal tekorten. En als we zo blijven doordoen zullen de tekorten alleen maar oplopen. "Geef deze onheilsprofeet een kans" zongen De Kreuners profetisch, nu ook weer niet zo lang geleden. Nieuw deze week binnengekomen in de te kort lijst naast het eeuwig durend tekort aan verplegend en zorgpersoneel: de politieagent. Meer blauw op straat, ik dacht het niet. Hadden we reeds op onze boterham gehad, het is ten slotte september geweest: de onderwijzers. Straks zullen de kinderen zichzelf les moeten geven, de slimste van de klas dan aan de rest. Tik het woordje 'tekort' in op Google en je krijgt geen tekort aan zoekresultaten, dat kan ik je verzekeren. Maar er zijn lichtpuntjes, meer en meer studenten volgen de opleiding huisarts, na jaren van noodkreten en alarmbellen hebben ze eigenlijk hun weg gevonden naar dat oude ambacht van weleer. Blijkbaar werkt het dus, al die onheilstijdingen over tekorten, dus verwacht je de komende maanden maar aan een hete herfst met vele tekorten want iedereen vindt de te kort lijst te kort en wil er daarom best zijn tekort aan toevoegen.

zaterdag 24 september 2011

Lof der Luiheid

Ja, ik ben lui. Maar op een goede manier. Luiheid kan de wereld redden. Daar ben ik van overtuigd maar te lui om het uit te brengen (tenzij via deze weg). Een rijbewijs heb ik niet, te dom om de theorie te blokken, te lui om een praktisch rijexamen af te leggen. Maar de motivatie ontbreekt ook, ik heb geen zin om het milieu te vervuilen, om files nog langer te maken dan ze al zijn. Stel dat de droom van werkgevend Vlaanderen uitkomt en die 250.000 werklozen een baan vinden en de baan opgaan ... met een auto, zoals de rest van werkend Vlaanderen. Van een verkeersinfarct gesproken. Of rekenen ze erop dat die arme luizen allemaal de trein zullen nemen? Is dat de zieke logica achter al die uitspraken over activeringsbeleid. Ze zullen ze graag zien afkomen bij de NMBS. De vertragingen die ze nu kennen zullen als adempauzes lijken in vergelijking met wat hen in Vlaanderen 2.0 te wachten staat. 

Daarom een pleidooi voor luiheid. Ik ben te lui om vlees te kopen, geen haar op mijn hoofd dat eraan denkt enige tijd te verspillen voor een koelvak vol lijken. Niet goed, zal de Boerenbond zeggen, u zet uw gezondheid op het spel en uw veroordeelt een eerbare sector als de vleesverwerkende industrie tot de bedelstaf. Maar wat ziet mijn lodderige oog daar in de krant van vrijdag: knelpuntberoep (de spellingscontrole suggereert 'knelpuntennota', 'knelpuntenpot' en 'knelpuntenanalyse', een linkse spellingscontrole, maak dat mee)  nummer één: slager. Afgestudeerden: 79, vacatures: 739 of maar liefst een tekort van 89 % aan kandidaten. De enigste oplossing: minder vlees eten, want slagers opleiden doe je niet op één twee drie. En raadt eens wie dan het vuile werk mag doen: de allochtoon. Die doen dat toch thuis dus kunnen ze het even goed even verderop doen in het slachthuis om de hoek. Voor de slechte verstaander: ik heb niets tegen allochtonen hoor, ze moeten alleen met hun handen van onze dieren blijven. Ik heb liever een luie allochtoon dan een vleesverwerkende allochtoon, laat ik het zo eens zeggen.Een duivels dilemma voor al die Vlaams-Nationalisten: minder vlees eten of meer allochtonen importeren. Aan u de keuze. Knelpuntenpot nog aan toe.

maandag 19 september 2011

Het oordopjesdebat

Moet ik weeral bloggen? Ik wil mijn drie volgers niet teleurstellen natuurlijk. Eens kijken wat ik op mijn lijstje 'to blog' vind? 'Oordopjesdebat' lees ik. Dat ging over een uitspraak van Bart de Wever in het nieuwe DeMorgen Magazine waarin het gebruik van koptelefoons en oordopjes allerhande werd aangeklaagd als een sign 'o times . So what, kun je denken, dat mag hij toch vinden. Maar ik kan toch drie goeie redenen verzinnen om je wel af te sluiten van de omgeving (in mijn geval: de trein) door middel van koptelefoons en oordopjes allerhande.

"De stilte in een treincoupé, daar kan ik verhalen over vertellen."

Ten eerste kan het zijn dat je naar de radio wil luisteren en aangezien door de intercom van de treinwagon enkel droge mededelingen worden doorgegeven ben je dan wel aangewezen op een mobiel apparaat dat een radiofunctie heeft. Ten tweede kan het een teken van eerbied zijn voor je medepassagier want het dragen van een koptelefoon/oordopjes voorkomt luistervinken. Ik ken genoeg mensen die eenmaal ze in een trein aanbeland zijn hun oren de kost geven door gesprekken van andere mensen af te luisteren. En een derde reden is escapisme, de stilte in een treincoupé, daar kan ik verhalen over vertellen. En als je ongeluk hebt en in zo'n trein van voor de val van de Muur (ooit zullen ze zeggen: zo'n trein van voor 9/11) beland komen die buitenwereldafschermende middelen ook wel van pas. Maar dan heb je wel het risico om met oorsuizingen van de trein te stappen. Daar zou Bart De Wever beter voor waarschuwen in plaats van sign 'o times te misbruiken voor zijn normen en waarden propaganda.

zondag 4 september 2011

Vlaamse Filmpjes

Valt het jullie ook op, hoe de Vlaamse Film zijn ideeën iedere keer ietsje verder gaat zoeken. Wat hebben we het afgelopen jaar allemaal niet op onze cinematografische boterham gehad? Het gekste idee eerst lijkt het devies te zijn. Twee broers die Bijbels proberen te verslijten aan de deur, een Turk die in een fanfare gaat spelen omdat dat de droom was van zijn overleden vader, een paar mongolen die van Jozef en Maria gaan en dan nog een paar muco-patiënten die niet van elkaar kunnen afblijven omdat ze geen donor vinden die een long wil afstaan. De nieuwst telg in de familie maakt het helemaal te bond: Hasta La Vista over drie gehandicapten die zich bezondigen aan een mix van sekstoerisme en wijnproeverij. Ik verzin het niet, anderen wel. Het moet niet gekker worden. Worden er in Vlaanderen geen films meer gemaakt over normale mensen, waar er geen hoek af is, of die geen levensbedreigende ziekte hebben, niet als mongool geboren zijn, er niet uitzien als een rund?

"Ik verzin het niet, anderen wel."


Het zijn films over een niche maar voor een groot publiek, terwijl ik liever films zie over een groot publiek die bestemd zijn voor een nichepubliek. Bij al die gehandicapten, mongolen en allochtonen krijg ik altijd zo'n zendtijd voor derden gevoel. Op tv kijkt daar geen hond naar maar blijkbaar is het wel voldoende om geld te krijgen van allerhande fondsen die de Vlaamse film moeten ondersteunen en iets zegt mij dat dat niet toevallig is. Dus een tip voor toekomstige filmmakers die hun project gerealiseerd willen zien, hier de succesformule: verzin een clichéverhaaltje en verdeel de verschillende rollen over een mongool, een allochtoon, een gehandicapte en een godsdienstwaanzinnige of nog beter al die verschillende rollen in één personage verenigd omringd door allemaal verzuurde Vlamingen die hij/zij uiteindelijk toch kan charmeren  Succes gegarandeerd. Maar mij zul je er niet mee naar de cinema krijgen.